CHOWA ZOUTLEEUW

CHOWA ZOUTLEEUW

maandag 9 april 2012

Jins, zo natuurlijk mogelijk.

Dood hout op je bonsai onder de vorm van een jin of shari voegt een meerwaarde toe aan je boom om een oud en verweerd uiterlijk op te roepen.
In de natuur ontstaan jins en shari als gevolg van wonden waar takken door extreme weersomstandigheden (storm, blikseminslag, gewicht van sneeuw, ...) werden afgebroken.
Bovendien is het zo dat bij oudere naaldbomen die in de natuur leven de onderste takken afsterven omdat ze te weinig licht krijgen. Deze takken breken en de restanten gaan rotten. Wat over blijft is dood hout.

Bij het vormen van een bonsai worden overbodige takken omgevormd tot jins. Het geeft dus niet alleen een visuele meerwaarde aan de boom, het is tevens een functionele noodzakelijkheid.

Hoewel het vormen van een jin eenvoudig is, wat altijd moeilijk is (zeker voor een beginner) is het ontwerp.
Omdat we het in dit artikel niet willen hebben over mechanische apparatuur (bv freesmachines) is het best dat je het volgende materiaal bij de hand houdt:



 Takkensplijter
 Concaaftang


Jintang

Een succesvolle jin moet er natuurlijk uitzien. Hij moet een meerwaarde geven aan de boom.
Onderstaande foto's laten zien hoe je tot een bevredigend resultaat kunt komen.

Het dode hout werd gemaakt door scheuren. Deze techniek kan toegepast worden bij het maken van bomen met vezelachtig hout, wat zowat bijna alle naaldbomen hebben.

De boom in het voorbeeld is een Chamaecyparis waarvan de secundaire stam verwijderd werd. Het doel is om van deze stam een jin te maken zodat je het effect van een oude stronk verkrijgt.




Eerst wordt de stomp ontschorst. Daarna worden alle overige delen (cambium) verwijderd.
Merk op dat in deze fase alleen de bovengrondse delen behandeld worden. Zo voorkomen we indroging.



Met een jintang werd de top (1) plat genepen. 
Zo onstaan er segmentjes die één voor één weggetrokken worden met de jintang. Bij het wegtrekken is het belangrijk ervoor te zorgen dat het levende deel (2) niet geraakt wordt.


We blijven segmenten van de tweede stomp wegpellen tot deze een min of meer natuurlijk uitzicht krijgt.


Het tweede deel van de stomp wordt op dezelfde manier behandeld:
- platnijpen van de top
- afpellen van losgekomen segmenten
Het bekomen resultaat lijkt op een katapult en oogt zeker niet natuurlijk. Daarom wordt besloten om het tweede deel kleiner te maken.


Door het tweede deel zo goed als verwijderd te hebben (door herhaald pellen) begint de jin al een natuurlijkere vorm te krijgen.
Om meer structuur te verkrijgen worden steeds kleinere strips weggenomen.
Door het steeds opnieuw afpellen van houtsstrips ontstaan er kleine bramen die storend over komen.
Deze kan men verwijderen door:
- de jin in brand te steken
- de jin lichtjes op te schuren.


Met een brander wordt lichtjes over de jin gegaan zodat alle vezels vuur vatten en opbranden. Dit werkje doe je pas nadat de rest van de boom goed beschermd is tegen het vuur.
Vervolgens wordt de jin lichtjes opgeschuurd.


Met een kleine guts is het onderste deel van de jin bijgewerkt. De jin werd opgeschuurd en de randen werden wat minder agressief gemaakt door ze met schuurpapier af te ronden.


Tot slot wordt de jin met kalk-zwavelhoudend product  ingesmeerd. Dit beschermt hem tegen rotten. In eerste instantie slaat de kleur uit in geel. Eens het product opgedroogd krijgt de jin een witte kleur.
Sommige bonsai liefhebbers voegen een kleine hoeveelheid zwarte Oost-Indische inkt toe aan het jinproduct. Zo krijg je een grijzere tint.


Het voorlopige eindstadium.
In de toekomst zal de jin verder verfijnd worden wanneer de boom verpot zal worden.






Foto's: Bonsai 4me

Onderstaande video (wel in het Italiaans) toont je de praktijk.
Beelden zeggen meer dan woorden. Klik hier.






Geen opmerkingen:

Een reactie posten