CHOWA ZOUTLEEUW

CHOWA ZOUTLEEUW

maandag 5 januari 2015

Stijlkeuze voor een meidoorn yamadori

Volgend artikel vond zijn oorsprong in de creatieve geest van Tony Tickle toen hij besloot een reeks foto's (elk vanuit een ander oogpunt) te maken van een yamadori meidoornstam en de ze op een bonsaiforum te plaatsen zodat iedereen zijn  virtuele ideeën naar voor kon brengen vooraleer tot vorming zou overgegaan worden.
De foto's werden genummerd en de resultaten meer dan interessant. 




















Bij het bekijken van de foto's valt meteen op dat de stam heel wat mogelijkheden biedt.

De voorzijde kiezen
Om de beste voorzijde te kiezen kunnen we gebruik maken van een aantal hulpvragen:
  • Welke zijde toont ons de beste wortelstructuur ?
  • Waar zie ik de beste beweging ?
  • Welke zijde laat de beste tapsheid zien ?
  • Bij welke stijl past de stambeweging het best ?
Het is belangrijk om deze volgorde in het stappenplan te behouden om zo de beste opties te weerhouden in het vormen van de toekomstige boom.

Het is altijd heel moeilijk om in te grijpen in de wortelstructuur van een boom. Beschikt de boom over een sterke, interessante wortelontwikkeling dan moeten we, indien mogelijk, daar gebruik van maken. Net zoals de groei van stevige takken duurt de ontwikkeling van een stevig wortelgestel vele jaren. Door ent-technieken en veel geduld kan er wel verfijnd worden maar de slotsom is duidelijk: is er een aanzet van interessante wortelstructuur, gebruik hem dan.

Vervolgens wordt gekeken naar de beweging van de stam. Stambeweging = de zijde van de boom die het leukst oogt. Het oog van de mens heeft als eigenschap om onverwachte wendingen als interessanter waar te nemen meer dan bijvoorbeeld regelmatig terugkomende symmetrische bewegingen (een zig-zag-beweging). Er bestaan hier wetenschappelijke theorieën over waar ik niet dieper wil op ingaan. Feit is dat beweging in elke kunstvorm belangrijk is dus ook in de bonsaikunst.

De volgende stap is nagaan of de stam voldoende tapsheid toont. Krijg je een positief antwoord, dan is er geen probleem. In het andere geval dienen weer een aantal technieken toegepast te worden om ook aan deze voorwaarde te voldoen. Zo kan bijvoorbeeld de stam terug gezaagd worden en een zijtak tot nieuwe top gevormd worden. 

Tot slot moeten we de stijl waarin we de boom gaan vormen, bepalen. In dit geval zal het een literatie of bunjin worden. De boom oogt lang, slank en heeft zo goed als geen lager liggende takken. We kunnen natuurlijk lage takken gaan enten, de boom korter maken, marcotteren, ... Beter is echter om de juiste inplantingshoek te bepalen en verder werken op wat de natuur ons heeft aangeboden.


Selectieproces
De meidoorn heeft bijna vanuit alle negen standpunten een goed ontwikkeld wortelstel, beweging in overvloed, alleen de tapsheid geeft in sommige gevallen wat problemen.
Standpunt 4 is het zwakste voorbeeld. De stam vormt bijna twee rechte delen die eindigen op een boogje. Saai.
Ook standpunt 7 heeft bijna hetzelfde probleem.
We weerhouden nog zeven mogelijkheden.

Standpunt 1


















Het eerste ontwerp behoudt de top en vormt een literati. Het tweede ontwerp voegt wat takken toe in de lager liggende delen van de boom. Het derde ontwerp oogt het meest natuurlijke, maakt een nieuwe top en gebruikt de huidige als jin. Het laatste idee ontwerpt een Moyogi door de stam korter te maken, een nieuwe top te kiezen en op de ptn. A, B, en C nieuwe takken te laten ontwikkelen.

Standpunt 2







Het voorstel bij nummer twee: de boom krijgt een andere inplantingshoek en de top mag vrijuit groeien.

Standpunt 3









De eerste oplossing geeft een klassieke driehoekige vorming van de top, terwijl een achtertak evenwijdig met de stam naar onder gebogen wordt. Het tweede ontwerp gebruikt de natuurlijke krul en plaatst de top links van de stam. Een lager liggende tak gaat in training en accentueert de bocht in de stam. De aangebrachte shari accentueren de stambeweging nog extra.

Standpunt 5







Zoals hierbover reeds aangehaald koos niemand voor een ontwerp op nummer 4. De ontwerper kiest voor een windswept. Vanuit de zwakke inplantingshoek is een gedurfd ontwerp gekozen waar niet iedereen zich in kon vinden maar wat zeker een creatieve benadering is. Merk ook op dat het bovenste deel van de stam naar beneden gebracht is wat zeker in dit geval geen gemakkelijke opdracht is.

Standpunt 6









Beide ontwerpen benadrukken de elegantie van de stam. Het eerste ontwerp benadrukt meer het zuivere bunjin-gevoel in al zijn eenvoud terwijl dan de "ouderdom" (maturiteit) meer op de voorgrond komt bij het tweede ontwerp.

Standpunten 7 en 8

De voorstellen zijn het vernoemen niet waard.

Standpunt 9








Net zoals bij nummer 6 een creatie van een bunjin. Niets van het natuurlijke materiaal werd weggelaten of toegevoegd. Het zijn waarschijnlijk de twee sterkste ontwerpen.
De lagere takken bij het tweede ontwerp leiden de aandacht van de stam wat meer af.

Conclusie
De conclusie van deze oefening is dat er geen is. Het is de boom zelf die bepaalt welke weg we uit moeten. Een boom is nooit af en alle gedane voorstellen hebben hun sterke en zwakke kanten. De op korte termijn twee meest voor de hand liggende keuzes:






Origineel artikel: "Styling options for a Yamadori Hawthorn" © Bonsai Basho

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen