CHOWA ZOUTLEEUW

CHOWA ZOUTLEEUW

zondag 29 juli 2012

Groepsbeplanting, hoe aanpakken ?







Welke bomen ?
  • In principe zijn alle bomen geschikt om te gebruiken in een groepsbeplanting. Aan te bevelen zijn natuurlijk bomen die een recht opgaande groei vertonen.
  • Voor een kleine tot middelgrote aanplant zijn bomen met kleinbladige begroeiing aangewezen, terwijl voor een grotere combinatie soorten passen met een groter blad.
  • Bijzonder aan te bevelen zijn: Fagus, Betula, Cryptomeria, Ulmus, Carpinus, Juniperus, Larix en Acer.
  • We kiezen meestal voor dezelfde bomen binnen één compositie. Dit komt niet alleen natuurlijker over maar geeft ook een rust en eenheid. Bovendien is het ook veel gemakkelijker om met dezelfde bomen een bos samen te stellen dan met verschillende soorten.
  • Let bij de aankoop van je bomen dat deze rechtop groeien, korte takken hebben en uitlopers bovenaan die ongeveer 2/3 van de stam meten. Tapsheid in de stam is niet nodig, die wordt toch gevormd. De opgegeven lengte is nodig om verschillende hoogtes van bomen te vormen zodat je bos beplanting diepte krijgt.
  • Het aantal gebruikte bomen is steeds oneven. Let wel, bij een gebruik van 5 bomen (of minder) is het zeer moeilijk om diepte in je ontwerp te krijgen.
  • Zorg dat je meer bomen aankoopt dan je voorziet voor je ontwerp. Dit werkt gemakkelijker omdat je keuze hebt. 
  • Een kleine wortelkluit is aan te raden omdat het plaatsen van de bomen eenvoudiger wordt.

Inrichten van pot of schaal



  • Het idee creëren van ruimte is bij een groepsbeplanting heel belangrijk. Daarom is de keuze van een ondiepe pot voor de hand liggend.
  • Vermijd diepe potten behalve als je werkt met dikke stammen.
  • Afmetingen van een ondiepe pot: diepte pot = 2x dikst gebruikte stam. 
  • Om je bomen te fixeren (nodig om het wortelstelsel niet te beschadigen) dienen ankerdraden aangebracht te worden. Deze worden bevestigd aan een frame van bamboe stokken.
  • Na 2 tot 3 jaar, wanneer het wortelstelsel één geheel geworden is, kan het frame verwijderd worden.
  • In plaats van een pot kan een steen (bv. leisteen) gebruikt worden. Hier moet je vooraf eerst zelf drainage gaten boren om goede afwatering te garanderen. De verankeringsdraden worden dan meestal bevestigd met behulp van lijm.
  • Voorzie bij gebruik van een steen een 'rand' van klei om het gebruikte grondmengsel op zijn plaats te houden.

Je ontwerp
Door gebruik te maken van visuele trucs creëer je perspectief in je ontwerp. Hierdoor schep je het idee van ruimte en diepte. 

  • Plaats de hoge, dikke bomen aan de voorkant van de pot. De kleinere, dunne komen achteraan.
  • Vermijd symmetrie. Plant bomen op verschillende afstand van elkaar.
  • Perspectief kun je ook maken door subgroepen van bomen te vormen. Zo kan een groepsbeplanting bestaan uit 2 of 3 subgroepen. Voor de kijker leidt dit het oog doorheen de stammen naar de kleinere bomen op de achtergrond.
Tips

  • Schik de bomen zo dat ze niet evenwijdig aan elkaar staan.
  • Gebruik een ondiepe pot en laat voldoende vrije ruimte om de uitgestrektheid te simuleren.
  • De boom met de dikste stam is de centrale of primaire boom en moet samen met de secundaire boom aan de voorkant geplant worden.
  • Kortere, dunnere bomen komen achteraan in de pot.
  • Vanuit elk oogpunt mag geen enkele boom in een lijn tegenover elkaar staan.
  • De primaire boom laat je een klein beetje naar voor neigen om zijn hoogte nog meer te accentueren.
  • De primaire boom staat op het hoogste punt in de pot, de kleinste boom op het laagste.
  • De ondergeschikte bomen worden links en rechts van de primaire boom geplant en mogen, vanuit welk oogpunt dan ook, mekaar niet 'verbergen'.
  • Bij de bomen aan de voorzijde van de pot moet de aanzet hoger liggen dan bij de achter liggende bomen. Dit dient om de doorkijk te verbeteren.
  • Zorg ervoor dat bij alle bomen de takken in dezelfde richting wijzen. Dit versterkt het beeld van eenheid en evenwicht.
  • Het totaalbeeld moet de vorm van een asymmetrische driehoek hebben.
De praktijk
Voorbeeld met vijf bomen.
© Bron: 'The Compleet Book of Bonsai' van Harry Tomlinson.



Een groepsbeplanting maak je in het voorjaar wanneer andere bomen verpot worden. Vul de pot met een ondiepe laag grond en positioneer de primaire boom. Werk van voor naar achter. Plaats de boom op 1/3 van de rand.


Kies vervolgens een kleinere boom en plaats deze naast de primaire boom. Laat hem een weinig van de eerste boom weg buigen zodat de indruk gewekt wordt dat hij naar het licht toe groeit.


Plaats de derde boom aan de de andere kant van de primaire boom en een weinig naar achter toe ten over staande van de tweede boom. Op deze manier krijg je een natuurlijke asymmetrie.


De vierde boom krijgt een plaats achteraan de pot, terwijl de vijfde lichtjes gebogen en helemaal rechts van de compositie geplant wordt.
Vervolgens kunnen de bomen verankerd worden en wordt het geheel verder afgewerkt.


Omdat dit een voorbeeld is zijn er natuurlijk ook andere opties mogelijk. Om een idee te geven , hieronder enkele plannetjes.






Afwerken van de takken
  • Geef eerst en vooral na het afwerken van de grond overvloedig water (net zoals je doet wanneer je een solitaire boom verpot).
  • Verwijder naar beneden groeiende scheuten.
  • Snoei alle takken zo dat deze aan de toppen van de bomen de kortste zijn en gradueel langer worden naarmate je af daalt.
  • Probeer bij het snoeien het totale uitzicht van de bos beplanting driehoekig te houden. 
Bodem
  • Afwerken met mos en kleine planten zodat je een natuurlijk geheel krijgt.
  • Let bij de beplanting van de bodem dat je de verhouding tot de bomen respecteert.
Origineel artikel © Harry Harrington

vrijdag 27 juli 2012

Gestolen !!!

Op 25 Juli ll. werd onderstaande Zelkova serrata uit Walter Palls tuin gestolen. Mocht je de boom ooit ergens tegen komen kun je altijd contact opnemen met Walter Pall (link op deze pagina).





Marcotteren Acers

Op vraag van een aantal clubleden wil ik even dieper ingaan op het marcotteren van Acers.



Deze tak van Acer palmatum zal gebruikt wor-
den om een marcot op aan te brengen.

Best voer je dit uit eind mei wanneer de 
nieuwe lentescheuten afgehard zijn.


Hoe de ring precies wordt aangebracht kun
je lezen in relaterende onderwerpen onder-
aan dit artikel.


Na aanbrengen van groei hormoon en sphag-
nummos wordt alles stevig ingepakt met
doorschijnende plastic. Best kun je hierbo-
ven nog eens zwarte plasticfolie aanbrengen.


Na ongeveer zes weken zie je de nieuwe
wortels verschijnen. Vanaf nu moet je ervoor
zorgen dat het mos vochtig blijft.


Na nog een aantal weken zijn de wortels
krachtig genoeg om het gemarcotteerde
deel in leven te houden. De marcot wordt
van de moederplant verwijderd.


De nieuwe plant wordt opgepot en zeer sterk
terug gesnoeid om de wortels onder zo wei-
nig mogelijk stress te brengen.
Het eerste jaar zul je weinig groei aan de
plant zien omdat alle energie gestoken wordt
in het ontwikkelen van nieuwe wortels.
Het nieuwe wortelstelsel is gedurende het
eerste seizoen zeer zwak en zal extra be-
scherming vragen tijdens de winter.

Foto's en bron © Harry Harrington

Relaterende artikels:
  1. Marcotteren ! Wanneer ?
  2. Marcotteren van een meidoorn

donderdag 26 juli 2012

De mythe rond mos

In een niet zo ver verleden was mosgroei in je bonsaipot not done. Twee redenen lagen aan de basis van deze filosofie:
  • mos zou de opname van water belemmeren;
  • mos zou de aarde in de pot te vochtig houden wat niet altijd ideaal was voor de bonsai.
Shinji Susuki daarentegen moedigt mosgroei op de bodem aan omdat er een aantal voordelen aan verbonden zijn die je niet zo maar naast je kunt neer leggen.
  1. Mos zorgt ervoor dat het bodemoppervlak langer vochtig blijft. Dit is het deel van de grond die het eerst uitdroogt.
  2. Stimuleert meer wortelgroei in de bovenste grondlaag. Bij niet gebruik van mos gebeurt dit niet om reden 1 hierboven. Omdat bonsai in een beperkte ruimte van een pot groeien is dit niet onbelangrijk.
  3. Voorkomt bodemerosie.
  4. Geeft het hele jaar door het gevoel van netheid, stabiliteit en leeftijd.



Vermeng sphagnum mos met ander mos door deze eerst fijn te versnipperen en daarna te mengen. Je kunt de sphagnum wat kleuren (zoals op de foto) dat ziet het er minder stroachtig uit. Let er wel op dat je het echte sphagnum gebruikt en niet het veenmos. Echt sphagnum wordt ook verkocht als orchideeën mos en is stroachtig van kleur.


Wanneer de techniek toegepast wordt in het voorjaar, samen met het verpotten, dan heb je in de zomer een mooi mostapijt.
                                    Foto's en bron © Michael Hagedorn


Relaterend artikel: 'De voor- en nadelen van sphagnummos



woensdag 25 juli 2012

Cambium doet zijn werk

Bij deze larix werd vier jaar geleden dood hout gefreesd. De natuur heeft ondertussen haar werk gedaan en langzaam groeit het gedane werk terug dicht. Menselijk ingrijpen zal in de winter opnieuw nodig zijn.








dinsdag 24 juli 2012

Smakelijk

Bonsai en de Japanse keuken: kunst !
Sushi creatie in combinatie met bonsai. Eens iets anders.






Foto's en bron © Nik Rozman

zondag 22 juli 2012

Eerst in volle grond, dan pas in pot

De Slowaak Július Kolesár plaatst zijn yamadori terug in volle grond, vormt ze en plaatst ze dan pas in een pot. Minder stresserend voor de boom ?

Vorming van een larix.


















               Foto's en bron © Július Kolesár

zaterdag 21 juli 2012

Boor-enten

Voor een aantal bomen is nu de tijd om te stekken en te enten. Mike Konig plaatste deze video online.




Enkele tips voor het slagen van deze techniek.
  • Je voert de techniek uit net voordat de knoppen beginnen te schuiven of meteen na de bladsnoei. Wanneer je dit later op het seizoen doet vermindert de kans op slagen.
  • De tak dient lang genoeg te zijn zodat hij zonder te breken door het boorgat kan geplaatst worden.
  • De tak die je gebruikt moet tweejarig zijn m.a.w. in het vorige seizoen uitgegroeid zijn.
  • Alle loofbomen komen voor deze techniek in aanmerking. Bedenk wel dat loofbomen met grote knoppen de kansen op slagen verkleinen.
  • Houd de hoek waaronder je boort in de gaten. Deze moet ongeveer dezelfde zijn met de aanzet van de overige takken van de boom.
  • Het deel van de tak dat door het gat gaat moet voorzien zijn van korte internodiën. Hierdoor zal na het vastgroeien een tak ontstaan met goede secundaire vertakkingen.
  • Vergeet niet, zoals je in de video kunt zien, de boor-enten onmiddellijk te bedraden. Wacht hier niet mee. Nu is de tak nog flexiebel en zo voorkom je eventuele breuken.
  • Heb geduld en geef de ent de kans vast te groeien aan de boom.
  • Stem de grootte van de boor af op de takdikte. Een onnodig grote diameter vertraagt het resultaat.
  • Waar de tak de stam verlaat, ontschors je ongeveer de tak 1 cm met een vlijmscherp mes.
  • Fixeer de ingang van de tak met een vooraf gemaakte spie.


vrijdag 20 juli 2012

Jins en Shari: enkele tips.

Bij naaldbomen worden vaak Jins en Shari toegepast om het effect van ouderdom op te roepen en om visueel lelijke takrestanten te camoufleren.
Sommige bonsailiefhebbers vinden al dat dode hout maar niets en verkiezen een mooie, gave stam met prachtig loof. 
Over smaak valt niet te redetwisten maar kijken we even naar wat er in de natuur gebeurt. Stokoude coniferen hebben, als gevolg van het jarenlang blootstaan aan de natuurelementen, altijd delen met dood hout. Stel dat er een tak afsterft, de natuur heeft geen tuinier aan het werk die de tak netjes recht zal afzagen en behandelen. Er blijft een afgebroken stuk (Jin) over. Onder die tak zullen de voedende levenslijn (Shari)  en de wortels afsterven. De schors zal er in de loop der jaren afrotten en het dode hout wordt door de zon gebleekt. Omdat we de natuur imiteren hebben veel bonsai dus dood hout.






Waar letten we op bij het aanbrengen van een Jin of Shari ?


Laat de boom zelf vertellen waar de Shari komt. Dit geeft het meest natuurlijke effect. Een Shari loopt altijd mee met de richting van de vezels van het hout.
Zoek de actieve en minder actieve sapstromen op de stam. Als je de stam aandachtig bekijkt merk je dat er dikkere en dunnere banen lopen (heuvels en dalen). De heuvels zijn de aktieve levenslijnen en laat je met rust. De dalen zijn weinig aktief of dood. Maak in deze gebieden de Shari.





Kijk welke takken verwijderd moeten worden. Bepaal of je de tak Jin wilt maken of wil verwijderen en laten dicht groeien. Kies je voor een Jin dan zal al direct onder de Jin een stukje Shari mogen gemaakt worden.
Voorkant, denk vooruit. Het begin van de levenslijn dient zichtbaar te zijn aan de voorkant. Anders lijkt de boom dood. Laat bij het kiezen van de beste voorkant van de bonsai de (toekomstige) Jin en Shari meespelen. Plan waar de Shari zal komen en stem daar de voorkant op af. Dit is bij naaldbomen minstens net zo belangrijk als bv. stambeweging, wortelvoet en takaanzet.
Shari als optisch truukje. Met Shari kun je de vorm van de stam beïnvloeden. Zo kun je bijvoorbeeld tapsheid of beweging van de stam verbeteren door schors weg te halen waardoor de stam daar smaller lijkt.
Werk in stappen. Als je Shari aanbrengt op levende delen, doe dat dan niet in één keer. Dit is veiliger voor de boom. Teken met een krijtje het vooropgesteld resultaat op de boom.


Bron © Bonsaivereniging Zuid Holland
Foto onbekend



Interessant om eens te bekijken is het clubblad van bovenvermelde vereniging. Klik hier.


donderdag 19 juli 2012

Oefening baart kunst

Een tip van Peter Tea.



Naaldtoef na het verwijderen van de oude naalden. Beneden zie je een vijftal naalden die naar buiten nijgen wat bijgevolg geen perfecte toef oplevert. Nochtans kan dit. De techniek die toegepast wordt is zeer eenvoudig.


Hier zie je dezelfde naaldtoef na het bedraden. De toef wijst integraal naar boven. Je ziet geen naalden naar links of rechts uitsteken. Een perfect bundeltje. Hoe doen we het ?


Op het einde van de draad maakte Peter Tea een haak die de naar beneden wijzende naalden naar boven drukt. De bodem van de toef is nu netjes en alle naalden wijzen naar boven.
Het vergt wel wat oefening om de haak op de juiste plaats te krijgen. Als de haak te kort is, zullen er resterende naalden zijn die naar onder wijzen. Komt de haak te ver, dan drukken we de naalden kunstmatig samen en krijgen een te volle toef.

Foto's en bron © Peter Tea




woensdag 18 juli 2012

Opfrisbeurt Juniperus

Zaterdag laatstleden bij Karamatsu een update uitgevoerd op één van Dirks Juniperussen. Zelfs Takeo Kawabe was door deze boom gecharmeerd tijdens een workshop bij Danny Use.
Ondergetekende zette het "beestje" netjes in draad terwijl Dirk Mellemans de eindredactie (lees vorming) voor zijn rekening nam.















dinsdag 17 juli 2012

De voor- en nadelen van sphagnum mos


Wat is sphagnum mos ?


Sphagnum is een mos dat zeer klein is maar steeds in groepen groeit waardoor het grote afmetingen kan aannemen. Er zijn heel wat verschillende soorten. Zo heb je er die leven onder water en andere die dan weer heel droge levensomstandigheden verkiezen. Sphagnum leeft als een spons, kan veel water opnemen en zeer lang in droge omstandigheden overleven.


Voordelen

  • Heeft de eigenschap om heel goed water vast te houden (8x het drooggewicht).
  • Behoudt zijn open structuur waardoor het ideaal is bij het kweken van bonsai.
  • Bevat een hoog zinkgehalte (= natuurlijk antibioticum). De anaërobe bacterieën, die het bederf van hout bevorderen worden vernietigd door de antiseptische eigenschappen. Vandaar dat puur sphagnum een ideaal medium is voor zwakke, pas verzamelde en bomen met wortelrot.
  • De grote kwaliteit van het mos is dat het de voedingsstoffen optimaal opslaat en zeer langzaam terug afgeeft.    


Nadelen
  • Zou een bron zijn van de schimmelziekte sporotrichose (studies wijzen uit dat slechts 1-2 gevallen per miljoen inwoners hiervoor gevoelig zijn).
  • Kan de bodem verzuren door mineralen als calcium en magnesium op te nemen en waterstofionen af te geven.

Relaterend artikel 'De mythe rond mos'.

maandag 16 juli 2012

The Bonsai Art of Japan: episode 27

Pas van de warme bakker: episode 27 van deze reeks. Deze episode behandelt het onderhoud van bladverliezende bonsai.





zondag 15 juli 2012

Bonsai magazine online

Via de website van de Nederlandse bonsaivereniging Apeldoorn kun je een aantal, weliswaar Franse, tijdschriften gratis downloaden.


Hier vind je de link voor France Bonsaï.



Hier vind je de link voor esprit Bonsaï





zaterdag 14 juli 2012

Ziek of zonnebrand ?

Omdat pinussen echte zonnekloppers zijn komt het niet zo vaak voor dat ze last hebben van zonnebrand. Meestal merk je dit in het begin van de lente. De dennen worden dan uit hun winterberging gehaald en de vroege voorjaarszon is dan in staat om zonnebrand te veroorzaken. Herkennen is heel gemakkelijk.


De naalden op bovenstaande foto zijn bruin verkleurd als gevolg van zonnebrand.


Draai je de naalden om dan kleuren ze frisgroen. De onderkant van de naalden was voor de zonnestralen niet bereikbaar.


Het verwijderen van de aangetaste naalden doe je best in het najaar wanneer ze samen met andere naalden gesnoeid worden.


Foto's en bron © Peter Tea


donderdag 12 juli 2012

Zomersnoei Koreaanse haagbeuk

Zijaanzicht voor de snoei

Jonas Dupuich laat bij de meeste van zijn bladverliezende bomen de lentescheuten uitgroeien tot ongeveer vijf  nieuwe bladeren om ze vervolgens terug te snoeien naar twee. Dit komt het ontwikkelen van fijne vertakking ten goede.

Nieuwe lentegroei

Terug gesnoeid tot twee nieuwe bladeren

Na de snoei

De lange scheuten die niet gesnoeid werden moeten ervoor zorgen dat vorige, grote snoeiwonden sneller dicht groeien. Om de paar jaar worden ze verwijderd en ontstaan op dezelfde plaats nieuwe scheuten die opnieuw mogen uitgroeien. Zo laten de wonden geen lelijke littekens achter.

Relaterend artikel: Snoeitechnieken Fagus sylvatica

Foto's en bron © Jonas Dupuich
Origineel artikel klik hier.