CHOWA ZOUTLEEUW

CHOWA ZOUTLEEUW

woensdag 8 juli 2015

Het juiste evenwicht

Bij het begin van het "kaarsen-nijpen-seizoen": controle van de pinussen of terugnijpen van de kaarsen kon uitgevoerd worden. Soms is een boom te zwak en dan laat je hem met rust. Deze techniek dient jaarlijks toegepast te worden zodat de zomergroei zich nog voor het vallen van de herfst kan ontwikkelen.



Groepsbeplanting rode den - 29 mei

Ook al is het totaalbeeld nu vrij goed in balans, in de winter krijg je een heel ander beeld.



Dezelfde groep in januari

Duidelijk merkbaar: de bomen rechts zijn sterker ontwikkeld. Vorig jaar werden deze bomen vrij laat terug genepen wat leidde tot een sterke ontwikkeling het volgende jaar.
Er werden op hetzelfde moment ook heel wat naalden verwijderd bij de bomen links. De tijd ontbrak om ook bij de twee bomen rechts dezelfde behandeling uit te voeren. Het gevolg was een sterke groei aan de rechter zijde van de beplanting en een zwakkere aan de linker zijde.
Toen de kaarsen zich in de lente gingen ontwikkelen was dit al te zien.



Lentegroei - 13 april



Sterke groei bomen rechts



Bescheiden groei links

Het evenwicht herstellen staat dit jaar voorop. Om dit doel te bereiken werden eerst de zwakke kaarsen genepen en later de sterkere. In mei werd gestart met de boom in het midden en de daarnaast liggende boom links.



Na het nijpen van de kaarsen - 30 mei

Tien dagen later werden de andere bomen met mindere ontwikkeling aangepakt.



Na de ingreep - 9 juni

Tot slot kwamen de twee laatste bomen aan de beurt.



Na het nijpen van de laatste bomen - 17 juni

Na het nijpen van de kaarsen waren er duidelijk nog teveel naalden aan de rechter zijde. Om de groei van deze bomen wat tegen te houden werden naalden verwijderd. Zo ontstond een evenwichtige compositie.



Na het plukken van de naalden rechts

De bomen krijgen nu een plaats in volle zon met een overvloed aan water en meststoffen.

zondag 5 juli 2015

Over grondmengsels, bemesting en water geven (Walter Palls methode)




In 2010 publiceerde Walter Pall op zijn blog een artikel over het verzorgen van bonsai, meer bepaald over de samenstelling van een gepast grondmengsel, het bemesten en water geven.

Alles begon met de vraag over het correct bemesten van coniferen. Een simpel en kort antwoord op deze vraag leidt tot misverstanden en tot dode bomen omdat samenstelling van een grondmengsel, watergift en bemesting niet van elkaar kunnen losgekoppeld worden. Of het nu gaat over loofbomen, naaldbomen, jonge bomen, oude bomen, pas verpot of niet, ... in een bonsaituin kom je zoveel diversiteit tegen dat één regel meegeven niet voor de hand ligt. Mijn methode is de volgende:

Alle verschenen bonsailiteratuur leg ik naast me neer. We leven in een tijd dat technologie snel verandert zodat we toegang krijgen tot nieuwere en doeltreffendere methoden en producten. Hierdoor is de zorg voor onze bomen verder geëvolueerd dan de grenzen van de traditie. Te lang stilstaan bij traditionele methoden, ook al zijn die met succes toegepast, kan gevaarlijk zijn als deze gecombineerd worden met moderne middelen.





Grondmengsels
Een goed substraat:

  •  moet van gelijke deeltjesgrootte zijn;
  •  moet goed absorberen en tevens vocht terug geven;
  •  mag geen organisch materiaal materiaal bevatten (hoe klein ook);
  •  mag niet gemakkelijk afbreken;
  •  moet licht zijn als het droog is;
  •  is bij voorkeur goedkoop;
  •  oogt mooi.

Substraten die aan deze eigenschappen voldoen: lava, puimsteen, gebakken klei, turf, zeoliet, chabasai (soort zeoliet), kokos, schors, piepschuim (!!!), ... Niet alle van deze materialen zullen in je eigen regio beschikbaar zijn.
Betwistbaar is het alom tegenwoordige akadama omdat het, vooral bij blootstelling aan vorst, onvermijdelijk uit elkaar valt. Tevens kan het leemachtig worden zodat de doorstroming van water en lucht in het gedrang komen en dit voor de boom verstikkend werkt. Bomen die niet zo vaak verpot worden (oude bomen en yamadori coniferen) hebben geen voordeel bij het gebruik van akadama.
Substraten die zeker niet bruikbaar zijn: aarde, compost, stenen, zand, ... Bomen groeien wel in zand en potgrond maar op lange termijn komt het gebruik ervan je boom niet ten goede.
Alle substraten kunnen indien nodig gemengd, gerecycleerd, gereinigd worden. Noodzakelijk is dan wel alles grondig te reinigen en ziften.
Het "ideale bonsaisubstraat" bestaat niet. Er zijn duizenden ideale grondmengsels. Het doet er ook niet toe welk substraat of mengsel iemand gebruikt. Belangrijk is wel dat het een "modern" substraat is.

Moderne substraten zijn weinig voedzaam door de afwezigheid van "grond". Ze drogen gemakkelijk uit en daarom is het ook nodig om tijdens warme dagen meerdere malen per dag water te geven, zeker als je enkel anorganische stoffen gebruikt. Ikzelf voeg ruwe turf toe als aanvulling bij bovenvermelde grondsoorten. 
Ruwe turf wordt in zijn natuurlijke, grove vorm geoogst in moerassen. Gebruik van te fijn turf/sphagnum is af te raden door de aanwezigheid van fijne stofdeeltjes in deze materialen. Vind je het juiste type turf niet, zijn kleine stukjes schors zonder stofdeeltjes of versneden kokosvezels een alternatief. De toevoeging van deze componenten bestaat uit 15-20% van het totale volume. Bij naaldbomen, olijven, ... voeg je iets minder toe, azalea's en kleinere bomen vragen dan weer iets meer. Toevoeging van organische materialen komt niet alleen de vochtigheid en luchtigheid van het mengsel ten goede maar ze bevorderen tevens het micro-bacterieel leven in de bodem. Onderzoek wijst ook aan dat veenmossen plantaardige hormonen bevatten die het welzijn van de boom bevorderen.
Alle vernoemde organische stoffen hebben een afbraakperiode van ongeveer vijf jaar. Plan dit in in je verpotschema. Bovendien dienen bij eventuele recyclage van je mengsel alle restanten van deze stoffen verwijderd te worden.





Watergift
Ongeacht mijn bomen droog staan of niet, van maart tot half oktober hanteer ik een vast schema. Alleen bij zware regenperiodes, winderige dagen en extreme droogtes wordt hiervan afgeweken:
  • bij warmte en/of sterke wind, 2 tot 3 maal daags;
  • zeer kleine bomen minimum 2 maal per dag.
Alle bomen krijgen op dezelfde, grondige manier water. Individuele watergift is niet nodig wanneer je bomen in een consistent en goed drainerend substraat staan. Het maakt ook niet uit wat voor soort water er gegeven wordt. Kraantjeswater, hoe hard ook, is geschikt voor alle planten. Azalea's inbegrepen. De streek waarin ik woon, heeft het hardste water van Europa. 
Het water wordt agressief toegediend dwz met de tuinslang op volle kracht. De ganse boom wordt elke dag van top tot bodem heel nat gemaakt. Door het gebruik van de juiste substraten is "overwatering" niet mogelijk. Het overtollige vocht verdwijnt door de drainagegaten. 
Veel bomen sterven echter door gebruik van gemengde technieken zoals modern substraat en traditionele watergift (te weinig water).





Voeding
Indien het gepaste substraat en het agressief water geven aanwezig zijn, kan elke meststof die gebruikt wordt voor gewone planten ook dienst doen voor onze bonsai.
In een meststof dient veel stikstof aanwezig te zijn. Alleen stikstof doet planten groeien. Zelf gebruik ik vloeibare meststof uit de supermarkt. Daarnaast gebruik ik korrelige meststoffen die chemische en organische bestanddelen bevatten.
Begin mei en eind augustus krijgen de bomen kippenmest. Alle bomen krijgen dezelfde meststoffen. Het resultaat is bekend.
Bemesten is investeren in je bomen. Zelf bemest ik 20 tot 60 keer meer dan de gemiddelde bonsaikweker. Vanaf het begin van april tot midden oktober, worden alle bomen, zonder enige uitzondering, om de tien dagen voorzien van vloeibare meststoffen.
Aziatische meststof cakes zijn prima, maar overbodig in onze cultuur. We eten ook geen biefstuk met chop-sticks. Biogold werd gemaakt om te gebruiken met moderne substraten als akadama. Dit werkt uitstekend. Als ik het gebruik, maal ik het fijn en gooi het op het grondmengsel zodat het onzichtbaar wordt. Door agressief water te geven zou het overtollige zout verdwijnen.

Een tiental jaren geleden werd de term 'super bemesten' in leven geroepen. De techniek stierf een stille dood omdat vele bomen de behandeling niet overleefden. Mijn wijze van handelen is gelijkaardig alleen gaan agressieve voeding samen met agressieve watergift en gebruik van moderne substraten. Het één kan niet zonder het andere.

Samenvatting
Terugkomend op de vraag:"Hoe bemest je coniferen?". Het antwoord is nu eenvoudig geworden:"Zoals alle andere bomen."


zaterdag 4 juli 2015

Peter Thali's bonsai tuin

In het artikel van 14/02/2013 toonde ik een fotoreportage van een Pinus mugho van Peter Thali (Zwitserland).
Onderstaande video geeft een impressie van zijn tuin in de herfst.



vrijdag 3 juli 2015

Hoe vul je een theezakje met meststof?

Om efficiënt te kunnen werken is de juiste opstelling van het nodige materiaal belangrijk. Zorg dat de theezakje met het flapje naar boven liggen. In dit geval heb je een schep en meststof nodig.




Begin met de flap van het theezakje. Neem deze op met wijs- en middelvinger. 





Vouw het zakje voorzichtig open.




Breng de meststof in het zakje. Vul ongeveer 3/4.




Wanneer je teveel meststof in het zakje doet, is het moeilijk om dit te sluiten.




Sluit het zakje door eerst je twee duimen in het flapje te steken.




Druk met je middelvingers op de top van het flapje.




Sluit het zakje door een draaibeweging te maken.







donderdag 2 juli 2015

Jonge groei bij juniperus... Snoeien? Met rust laten?




Naaldachtige, jonge groei is bij een juniperus vaak het gevolg van:
  • een groot verlies aan loof door overdreven nijpen (niet doen);
  • te sterk terug snoeien;
  • te veel mest toedienen.
Te vaak wordt jonge naaldgroei verwijderd, omdat het minder mooi oogt dan volwassen loof. Het is nochtans belangrijk om dit niet te doen en de nieuwe groei met rust te laten. De reden ligt voor de hand. Wanneer we alle nieuwe groei wegnemen zal onze boom verzwakken omdat een juniperus nu eenmaal zijn energie uit het loof haalt.
De boom beslist zelf wanneer hij jong loof gaat omzetten in volwassen loof. De naalden zullen na een tijd geel en daarna bruin worden. Het proces kan wel een tweetal jaren duren. Vervolgens vallen ze af of kun je ze zelf verwijderen. 
Soorten die zeer gevoelig zijn aan dit groeiproces zijn Itoigawa, Rocky Mounten en Sierra. Shimpaku is dan weer het minst vatbaar.

Relaterend artikel: "Juniperussen niet knijpen"

woensdag 1 juli 2015

The Bonsai Art of Japan: episode 45



Verwelkingsziekte bij Acers




Verticillium is een verwelkingsziekte veroorzaakt door een schimmel die langs de wortels wordt opgenomen. Vele cultuurgewassen kunnen door de schimmel aangetast worden maar wat voor ons belangrijk is, is dat vooral de Acer palmatum, Acer buergerianum en olijfbomen slachtoffer zijn van deze vernietigende ziekte.

De meeste artikels stellen dat eens je boom aangetast, er nog weinig aan te doen valt tot ik een artikel onder ogen kreeg van Yannick Kiggen (een vertaling van Gabriël Romero's "Tratamiento contra la Verticilosis").

Deze schrijft volgende behandeling voor:
Sponsor van verdeler Masso (mancozep 64% en 8% metalaxyl)
Folicur van verdeler Bayer (tebuconazol 25%)
Pelt van Bayer (thiofanaat methyl 45%)

De drie producten worden één maal per maand gebruikt en dit gedurende drie maanden (maart, april, mei of september, oktober, november).

Bij nazicht zijn bovenvermelde producten bestemd voor de Spaanse markt en hier niet te verkrijgen onder dezelfde merknamen.
Sponsor is hier oa. te verkrijgen onder de naam Fubol Gold, Folicur onder de naam Twist® Plus en Pelt onder de naam Topsin M 500 CS.







Deze blogs worden binnenkort in handige categorieën overgeplaatst naar de Bonsai Blogs van Bonsaihobby.