CHOWA ZOUTLEEUW

CHOWA ZOUTLEEUW

zaterdag 19 juli 2014

De juiste samenstelling doet er toe.

 

 Pinus: het resultaat na vijf jaar in een grondmengsel niet aan-
gepast aan de soort. In dit geval een sterk absorberend meng-
sel dat vocht lang vast houdt.

 

 Pinus: het resultaat na vijf jaar in een mengsel van puimsteen.
Is een sterk vocht doorlatend middel.

Foto's © Michael Hagedorn

vrijdag 18 juli 2014

Onderhoud: Acer op rots (2)

 


Een inspectie van de wortels toont littekens, achtergelaten door draad die te laat werd verwijderd.
  
 


Door de sterke ontwikkeling van de wortels is er op de rots druk komen te staan met als gevolg dat stukken steen afgebroken zijn.
  
 


Met behulp van stevige lijm en ijzerdraad die alles op zijn plaats houdt wordt het afgebroken deel terug geplaatst.
  

 

 


Jonge wortels, die niets toevoegen aan het totaalontwerp, worden verwijderd. In dit geval zat er weinig leven in de verwijderde wortel.



 

 


De verwijdering van bovenstaande wortel heeft tot doel de steen meer zichtbaar te maken.
  

 

 
 
 
 
 


Het resultaat: links de boom voor de ingrepen, rechts na de ingrepen.


Origineel artikel © Juan Andrade

woensdag 16 juli 2014

Onderhoud: Acer op rots (1)

 


De boom werd vorig jaar voor de eerste maal in pot gezet nadat hij vele jaren als "boom op rots" in volle grand had overleefd. Gedurende de periode dat hij in de volle grond zat werd enkel ruwe snoei toegepast en dat was. Er zijn heel wat ingrepen nodig om deze 45-jaar oude boom in eer te herstellen.
  
 


De eerste stap: verwijderen van al het overtollige loof. De sterke uitlopers worden, met uitzondering van één bladpaar aan het uiteinde, van al hun bladeren ontdaan. 
 

 


De storende verdikking in het midden rechts wordt met een zaag verwijderd. Deze ingreep heeft een zeer positief effect op de tapsheid van de boom.
 
 


De boom wordt drastischer teruggesnoeid. Na deze ingreep plaatsen we hem in de half schaduw om nieuwe groei te behoeden van verbranding.
  
 


Bij het terugsnoeien van de top is het van belang de stambeweging verder te zetten. Er moet een dynamisch evenwicht gevormd worden tussen stam en top ipv een statisch. 
 

 


De tapsheid wordt opnieuw aangepakt door een verdikking links boven weg te zagen. We laten één tak verder doorgroeien. Deze wordt niet alleen de nieuwe top maar draagt ook zijn steen bij bij het genezen van de snoeiwonden.
De toptak links wordt gekozen zodat de stambeweging meer geaccentueerd wordt.

 


Takken kun je op honderden manieren snoeien. Maar kijken we even naar dit voorbeeld. Een krachtige tak die op de bovenzijde van de stam groeit. Best is hier de secundaire tak te laten staan.

 


Er is door deze ingreep een meer vloeiende beweging ontstaan tussen stam en tak. De vraag is nu waar snoei ik de tak verder ?
   

 


Stap 2: opkuisen van de wonden. Met behulp van een guts worden de randen van oude, niet goed genezen wonden, terug open gemaakt.
  

 


Bij het uitvoeren van deze techniek moet er vooral op gelet worden dat alles zeer secuur en netjes wordt uitgevoerd.
  

 


Vervolgens dekken we de wonden af met wondpasta. Het gebruik van wondpasta heeft drie doelen:
  1. blijft flexibel zodat het meebeweegt met de nieuwe aangroei van callus;
  2. is waterdicht zodat indringen van schimmels onmogelijk wordt;
  3. het genezingsproces ondervindt geen nadelige gevolgen van het zonlicht zoals uitdrogen bijvoorbeeld.
 


Na reiniging wordt de rest van de wonde volledig met wondpasta afgedekt.
  

 

 

 

 


De rotte delen in de boom krijgen een meer ingrijpende behandeling. Met een spatel worden de rotte delen verwijderd. Vervolgens brengt men cement aan in de ontstane holle delen. 
 
 


Rond de cement brengen we nog een extra laag wondpasta aan om alles luchtdicht af te sluiten. 
 
 

 


Soms is de schade zeer ernstig maar is de behandeling precies hetzelfde.
 
 


De boom zoals hij er nu voorlopig bijstaat.
 
Origineel artikel © Juan Andrade

maandag 14 juli 2014

Prunus: wat je dient te weten

Een Prunus in je collectie: iets speciaals

 


Prunussen zijn als bonsai onder andere geliefd om hun bloemenpracht die ze in het vroege voorjaar, sommige soorten zelfs al in de late winter, tentoon spreiden.
Naast hun bloemen hebben oude Prunussen vaak verweerde, holle (=karaktervolle) stammen.
Deze twee totaal tegenovergestelde kenmerken, fragiele bloemen en karaktervolle stammen, is wat een Prunus zo speciaal maakt als bonsai.
  
 

 
De oorzaak van verweerde, dode stamdelen bij oudere bomen is hun gevoeligheid aan schimmels. Eens een gebied aangetast door schimmels droogt dit deel van de boom snel uit, sterft af en begint te rotten.
 
 Groeipatronen
 
Om tot mooie resultaten te komen is het noodzakelijk op de hoogte te zijn van een aantal groeikenmerken typisch voor deze soort.
 
Tijdens het voorjaar zullen de bladknoppen beginnen zwellen en zich ontwikkelen tot jonge bladeren. Deze bladeren groeien en zullen ook nieuwe, jonge takken gaan vormen. De meeste groeikracht bevindt zich in de toppen van de takken, de zwakste groei aan de basis van de tak. De groei van de takken eindigt bij het begin van de zomer.
In de herfst kent de boom een tweede groei die wel minder krachtig is dan deze in de lente. Wel is het zo dat tijdens de herfst de boom zijn energie steekt in de aanmaak van nieuwe blad- en bloemknoppen.
Eens winter vallen de bladeren af en zijn alleen de knoppen nog zichtbaar. De bloemknoppen beginnen zich stilaan verder te ontwikkelen en zullen open gaan voor het verschijnen van de nieuwe bladeren in de lente.
 
*Noot: bloemknoppen ontwikkelen zich enkel op de nieuwe, eenjarige takken.*
 
De bloemen
 
Bij Prunussen onderscheiden we twee basiscategorieën als we praten over de bloemen:
  • deze met vijf bloemblaadjes;
  • deze met meer dan vijf bloemblaadjes.

Sommige bloemen zijn natuurlijk en anderen zijn hybriden.

*Weetje: Wanneer je een tak snoeit en deze kleurt aan de binnenzijde rood, dan draagt deze tak rode bloemen. Kleurt de binnenkant van de tak groen dan zal deze bloemen van een andere kleur dan rood dragen.*

Enkele voorbeelden:


 

 

 

 

 

 

 Verschillende kleuren op één boom.
 

Bijzondere variëteit.

De bloei

Soms kan het gebeuren dat een Prunus niet bloeit. Aan de oorzaak van dit probleem kunnen liggen:

  1. de boom is te zwak;
  2. de boom is te jong.

Het eerste probleem is eenvoudig op te lossen door de juiste verzorgingstechnieken toe te passen: voeding, bodem, watergift, ...

Meestal is het probleem de ouderdom van de boom.

De meeste soorten die aangeboden worden zijn geënt. Een geënte boom gaat onmiddellijk bloeien dit in tegenstelling met andere bomen die pas na 1 - 15 jaar bloei vertonen. Een Prunus zaailing is helemaal onvoorspelbaar. Er zijn zaailingen gekend die tussen de 20 en 100 jaar nodig hadden om tot bloei te komen.
 
Volgend truckje vertelt je of je boom zal bloeien of niet. Ruk tijdens het groeiseizoen een blad van de boom en voel de textuur. Voelt deze zacht aan dan zal je boom gaan bloeien, is deze eerder ruw dan mag je er je hand op verwedden dat de tak geen bloei zal vertonen.
 
Onderhoud

Snoei altijd juist na de bloei. Dit is tevens het geschikte moment om, indien nodig, de boom te verpotten. Omdat prunussen niet graag droog staan is het van belang om voor een vochthoudend grondmengsel te zorgen. 70 - 80% Akadama mag gerust.

Nadat de bladeren zijn afgehard (mei) kan er opnieuw gesnoeid worden. Mei is tevens de ideale maand om de boom te bedraden. Omdat de takken vrij broos zijn is voorzichtigheid bij het buigen aan te raden.
Tijdens deze periode kan ook aan bladsnoei gedaan worden. Deze techniek verplicht de boom tot de aanmaak van meer bladknoppen (lees meer takken). Het nadeel: een mindere bloei in de vroege lente.


Tijdens de herfst en winter vraag een Prunus weinig onderhoud. Wat water, voeding en behandelen tegen ongewenste gasten volstaat. Dit laatste moet wel goed opgevolgd worden want de bomen zijn vrij gevoelig voor insecten en schimmels.

Snoeien

In tegenstelling tot andere loofbomen kun je van een Prusnus niet verwachten dat het terugsnoeien nieuwe knoppen oplevert binnenin de boom. Zelden zullen er nieuwe knoppen op oud hout verschijnen. Snoei je terug voorbij de laatste knop dan kun je er vanop aan dat de tak zal afsterven.
 

 



Bovenstaand voorbeeld toont een tak met bladknoppen op twee of drie internodiën. Merk op dat de eerste twee knoppen zwellen en groeien. Op de derde nodiën staat geen knop. Daar verschijnt in de winter een bloemknop. Je kunt terugsnoeien tot boven de tweede knop. Snoei je lager dan sterft de tak af.
 
 


Hier zie je een ander voorbeeld dat het verschil laat zien tussen blad- en bloemknoppen. Het voorbeeld toont dat zowel blad- als bloemknoppen om op even welke plaats op een tak kunnen verschijnen.
 
 


Nog een ander voorbeeld. Twee takken ontstonden uit hetzelfde punt. Merk het verschil bij hun eerste knop. De rechtertak vertoont een bladknop en de linkertak heeft enkel een litteken van een knop die zich nooit ontwikkelde of die om de één of andere reden beschadigd werd.
 
Uit de drie voorbeelden blijkt dat het belangrijk is het verschil tussen blad- en bloemknoppen te kennen want dit is bij het snoeien zeer belangrijk: laat altijd minsten één bladknop staan.
 
Na de snoei kun je de wonden ook best behandelen. Zoals eerder reeds gezegd zijn Prunussen zeer gevoelig voor bacteriën en andere ongewensten.
 
Marcotteren
 
Marcotteren van Prunussen is onmogelijk. Wil je vermeerderen is naast zaaien ook wortelenten veel succesvoller.
 
Enten
 
Omdat "backbudding" onmogelijk is, is het bij oudere exemplaren enkel via enten mogelijk om binnenin de boom of waar ook nieuwe groei te krijgen. De beste tijd hiervoor is februari of september.
 

zaterdag 12 juli 2014

Bewapening van een zwarte den

Techniek: buigen met behulp van een ijzeren staaf

 
 
 De boom 
 
 
 De boom na het bedraden

Zoals de boom nu is, is er geen sprake van een eenvormig geheel. De top buigt te sterk naar rechts ten overstaande van de eerste tak. Het lijkt alsof de boom uit twee verschillende delen is opgebouwd die met elkaar niets te maken willen hebben. 
De oplossing: buigen van de top naar links.
 
Er zijn twee redenen waarom de bewapeningstechniek hier toegepast wordt:
  1. de lengte van de staaf geeft als hefboom meer hulp bij het buigen;
  2. het gebruik van de staaf geeft je de mogelijkheid het buigpunt beter te bepalen.
De werkwijze
 
  
 

Aan het einde van de staaf brengen we een stukje van een tuinslang aan dat met wat koperdraad wordt gefixeerd. Dit wordt het buigpunt en hier zal heel wat druk op komen te staan. Het rubber zal de bast van de boom beschermen.
  
   
 

Zoals reeds geschreven duidt het eindpunt van de staaf het buigpunt aan. Aangezien er een natuurlijke curve op de stam aanwezig is die naar de tweed stam toebuigt, lijkt het zinvol om hier het buigpunt vast te leggen. Een stuk koperen draad, voldoende beschermd, zal als steunpunt dienen voor de ijzeren hefboom.
  
   
 

De staaf wordt op een tweede, hoger punt, opnieuw vast gezet. Als er nu kracht wordt uitgeoefend op de staaf zal de stam mee buigen.

    
 

Vervolgens wordt er een merkteken (stukje draad) aangebracht waarboven de trekdraad zal bevestigd worden. Dit merkteken voorkomt het verschuiven van de trekdraad over de staaf.
  
    
 

Dan brengen we de trekdraad aan juist boven het merkpunt. We zorgen voor een stevige bevestiging.

     
 

In dit geval dient ook een ankerpunt onder de pot gemaakt te worden. Daarvoor gebruiken we een vrij dikke draad die we via een drainagegat vastzetten.

    
 
     
 

De draad gaat netjes rond de pot en we eindigen met een loep waardoor de trekdraad wordt bevestigd. 
 

   
 

Het buigen en aanspannen van de trekdraad gebeurt in één beweging.
  
    
 

Bij het buigen ontstaat aan de buitenbocht een scheur. Een scheur van deze omvang heeft helemaal geen nadelig gevolg voor de boom. Technisch gezien kan een den een scheur tot 50% van de omvang aan.
  
 
 

Met wondpasta dekken we de wonde af. Vrij vlug zal deze genezen.

    
 
    
 

Door het buigen was de takzetting niet meer O.K. en diende deze een kleine aanpassing te ondergaan.
 
Het resultaat
  

  
  
 
  Voor
  Na

Origineel artikel: "Rebar basic on black pine" © Peter Tea