CHOWA ZOUTLEEUW

CHOWA ZOUTLEEUW

donderdag 9 augustus 2012

Een boom wordt bonsai

Hoe maak ik van een boom een bonsai ?


Om tot een goed resultaat te komen is een zeer gerichte snoei heel belangrijk. Daarnaast zijn er nog andere technieken maar deze komen in dit artikel niet aan bod.

Snoeien
Vooraf kort wat theorie. Een boom wordt geboren als een zaailing. Vanuit deze zaailing vormen de meeste bomen in eerste instantie één lange penwortel. Deze penwortel zorgt ervoor dat de boom stevig in de grond verankerd wordt.

Penwortel van een jonge boom

Eens dit gebeurd is gaat de boom volgens zijn eigen habitat groeien. Dit betekent dat wanneer hij vrij mag groeien, hij een eigen vorm aanneemt. Bomen doen dit in twee fasen:
  • de juveniele fase. De boom wordt een stam waarna enkele hoofdtakken gevormd worden.
  • de volwassen fase treedt op wanneer de hoofdtakken gevormd zijn en het takkenstelsel zich uitbreidt met fijne twijgen. De stam krijgt vervolgens zijn specifieke bast. Ook het wortelstelsel ondergaat dezelfde evolutie.
Bonsai moeten dezelfde vorm krijgen als volwassen bomen maar dan in een pot. Deze vorm zal gedwongen gerealiseerd worden door de natuurlijke habitat in het klein te kopiëren.

Hoe doen we dit ?

Begin best niet met een zaailing omdat deze nog maar weinig groeikracht heeft maar kies voor een plant die al een drie tot vier jaar oud is. Tuincentra krijgen in de lente deze bomen in massa toe. Even goed kun je de tuin of natuur intrekken en met het nodige respect een exemplaar uitgraven.


1. Snoei in het vroege voorjaar, liefst voor de knoppen beginnen te zwellen, de boom af op een hoogte van ongeveer 15-20 cm boven de grond (zie rode streep op de tekening). Zie dat het snijoppervlak niet netjes horizontaal maar wel diagonaal loopt. Snoei vervolgens direct de penwortel weg. Deze heeft nu toch geen nut meer.

Vervolgens kun je ook de wortels drastisch terugsnoeien maar zorg dat een aardige hoeveelheid haarwortels over blijft. Het zijn deze wortels die zorgen voor opname van voedingsstoffen en water uit de grond.

Plant de boom vervolgens in de volle grond of in een zeer ruime pot. Omdat de stam nog dikker moet worden is dit zeker nodig. In een kleine, compacte pot is stamverdikking zo goed als onmogelijk.

Deze ingreep heeft de boom onder heel wat stress geplaatst. Je zult wel merken dat de boom, net zoals zijn ongemoeid gelaten soortgenoten, gaat uitlopen en nieuwe knoppen vormen. De opgeslagen natuurlijke reserves in de boom zorgen hiervoor. De nieuwe blaadjes zorgen voor nieuwe energie die gebruikt wordt om de wortels te herstellen. Zelf laat je de boom nu voor een jaar helemaal met rust. Het enige wat je moet doen is water geven en toevoegen van stikstof. Koemest zorgt voor deze behoefte.

2. Jaar 2 (nummer 2 op de tekening).
De dikke takken die de boom gevormd heeft, worden de hoofdtakken van de bonsai. Kies in het voorjaar de twee of drie mooiste eruit. Snoei de rest weg (tak B in het voorbeeld).

Snoei nu de hoofdtakken (A) op een hoogte die in verhouding staat met de hoofdstam. Vervolgens moet ook de wortelkluit eraan geloven. Snoei de dikste wortels weg. Er kunnen dus in verhouding weer even veel wortels weg als er takken gesnoeid werden. Let op dat je weer voldoende haarwortels laat zitten.

Ook nu begint de boom weer wat later dan gewoonlijk uit te lopen. Laat alleen de uitloop op de hoofdtakken zitten en verwijder de takken die uit de stam of uit de grond komen. De hoofdtakken moeten nu niet het hele jaar doorgroeien want anders worden ze te dik. Snoei de nieuwe uitloop op de hoofdtak, liefst na 21 juni, tot op een paar sporen terug. De uitloop daarna niet meer snoeien. Snoei je de nieuwe uitloop voor 21 juni, dan is er geen man over boord maar de nieuwe uitgroei zal veel langer zijn.

3. Jaar 3 (nummer 3 op de tekening)
Opnieuw wordt de boom in het vroege voorjaar uit de grond gehaald. Je zult zien dat niet alleen de takken maar ook de wortels fijner worden. De 'truuk' om de boom te misleiden begint te lukken. Stilaan neemt hij een volwassen groei aan. Je mag de wortelkluit al beginnen snoeien met het oog om de boom in een kleinere pot te gaan plaatsen. De takken worden nu gesnoeid dat er geen kruisende takken aan de boom blijven.

4. Jaar 4 (nummer 4 op de tekening)
De boom mag in het voorjaar in een bonsaipot. Wens je dat de stam nog verdikt dan laat je hem in de grond zitten. Vanaf nu gebeurt het snoeien op de volgende, steeds terugkerende wijze:
Laat nieuwe takken uitgroeien tot op een 6-10 nieuwe blaadjes. Op dat moment zijn de cellen in de tak nog behoorlijk onderontwikkeld en zullen bij de snoei nog kleinere zijtakjes gevormd worden. De tak is echter al wel zo ver ontwikkeld dat er geen uitdroging plaats vindt. Moeten bepaalde takken dikker worden, laat dan de uitgroei op die takken wel langer worden dan 6-10 blaadjes. Er gaat relatief meer energie naar die takken. Wanneer je deze snoeit, zal uitgroei op deze takken ook weer forser zijn. Houd je dit elk jaar vol, kan de boom nog decennia ouder worden, worden de snoeiplekken kleiner en wordt de bonsai als boom overtuigender.


© Bron: tengu-bonsai



·    

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen