CHOWA ZOUTLEEUW

CHOWA ZOUTLEEUW

donderdag 2 augustus 2012

Ontwikkelen nieuwe stamlijn en opbouwen takkenstructuur bij loofbomen (1)

Houd bij het ontwikkelen van een nieuwe stamlijn en de inplanting van een takkenstructuur volgen zes basisprincipes voor ogen:
  1. de scheuten (of ze nu potentiële takken of leiders zijn) met de sterkste groei zullen het snelst dikken;
  2. de zwakke scheuten, deze met de minst sterke groei, zullen het langzaamst dikker worden;
  3. om de groei van een scheut te bevorderen is het best deze vrijuit te laten groeien en dus niet te snoeien;
  4. om maximale groei in een welbepaalde scheut te bevorderen snoei je best de andere scheuten;
  5. om een scheut in toom te houden wordt deze terug gesnoeid;
  6. door terug knijpen van nieuwe groei wordt deze beperkt maar bereidt zich uit.
Met deze zes basis principes in het achterhoofd ben je in staat om te bepalen welk deel van de boom groeit, welke delen er verdikken en welke blijven zoals ze zijn.

De praktijk


Aan het begin van het eerste jaar in de ontwikkeling van de stomp zal deze, wanneer hij gezond is natuurlijk, nieuwe knoppen produceren over de ganse stamoppervlakte. De knoppen open zich en zullen uitgroeien tot nieuwe scheuten.
(Een kale stam waarvan alle takken in de herfst ontdaan werden zal veer meer nieuwe scheuten produceren dan een stam waarop bestaande takken werden achter gelaten)


De eerste stap die je moet zetten is te beslissen welke scheuten je wenst te houden voor de ontwikkeling van nieuwe takken. De rest dien je zo snel mogelijk te verwijderen om er alzo voor te zorgen dat alle energie optimaal gebruikt zal worden door de overblijvers die het karakter van je latere boom zullen bepalen.
Om deze stap te kunnen zetten heb je wel een toekomstbeeld van je boom nodig. Ben je niet zeker om een scheut te verwijderen laat deze dan nog even staan en bekijk het in een verder stadium van de ontwikkeling van de boom.


Niet elk deel van een boom groeit even snel. Bij de meeste bomen is het sterkst groeiende deel bovenaan (a). Dit betekent dat hier meer knoppen zullen verschijnen en zullen de scheuten het krachtigst zijn. In de laagste delen van de stam (c) vind je de zwakst groeiende delen terwijl een gemiddelde groei in gebied 'b' is waar te nemen. 
We kiezen een tak in deel 'a' van de boom en laten deze vrijuit groeien. Dit wordt onze top van de stam.


Omdat de top vrijuit mag groeien gaat deze ook snel dikker worden en de tapsheid in de stam verbeteren. Omdat er niet gesnoeid wordt gaan de takken in zone 'b' sneller groeien dan deze in zone 'c'. Dit heeft als gevolg dat de takken in zone 'b' dikker worden dan deze in zone 'c' wat helemaal niet de bedoeling is.
Het is dus nodig de takken van de middelste zone terug te snoeien tot 3 à 4 blaadjes en de takken uit de zwakke zone (c) tot 8 à 9 blaadjes.


Wanneer de nieuwe top al wat steviger is geworden is het moment gekomen om wat zaag- en/of freeswerk uit te voeren om de tapsheid van de stam te verbeteren. Bij loofbomen voer je dit best uit tijdens het groeiseizoen meer bepaald wanneer de eerste groei is af gehard. De wonde zal nl. sneller genezen. Hoe je dit werkje het best kunt doen vind je in een vorig artikel: "Tapsheid van de stam verbeteren".


Bij sommige soorten, zoals Ulmus hierboven, verschijnen er langs de rand van de wond dikwijls nieuwe scheuten. Sommige van deze scheuten worden als takken geïntegreerd omdat er anders gaten in het totale ontwerp kunnen ontstaan. Bovendien helpen deze scheuten om de wonde te genezen. 


Aan het einde van het eerste ontwikkelingsproces zal de boom er uitzien als op bovenstaande tekening. Als gevolg van het correcte snoeien en nijpen zal:
  • de top het sterkst ontwikkeld zijn, gevolgd door de onderste takken en tot slot de takken uit het midden gebied;
  • elke scheut twee nieuwe vertakkingen vertonen.

Aan het einde van het groeiseizoen moeten de nieuwe scheuten terug gesnoeid worden. Terugsnoeien zorgt ervoor dat de tapsheid van de takken verbetert. Bij het terugsnoeien wordt het eerder beschreven principe gehandhaafd: 
  • sterk terugsnoeien van scheuten in zone c tot slechts 3 à 4 bladknoppen;
  • bijna geen snoei in het middengebied (slechts 1 à 2 bladknoppen);
  • top nog niet snoeien omdat deze nog verder dient te verdikken.
Een bijkomend gevolg van het terugsnoeien is de ontwikkeling van nieuwe scheuten op deze stam. Deze worden verwijderd indien ze niet nodig zijn voor het algemene beeld van de boom. In het andere geval worden ze natuurlijk behouden.



In dit stadium van de ontwikkeling van de boom is het niet abnormaal dat sterke scheuten uit zone 'c' zich sterker ontwikkelen dan verwacht. Deze mogen dan gerust terug gesnoeid worden eerder dan normaal zou zijn. Het omgekeerde kan gebeuren in de middelste zone nl. dat scheuten zwakker zijn dan verwacht. Ook hier mag individueel ingegrepen worden om verdikking te stimuleren.
Tenzij echt nodig wordt de boom in dit tweede groeiseizoen nog altijd NIET verpot. Zo kunnen de wortels snel groeien wat de ontwikkeling bovengronds natuurlijk ten goede komt.


Op het einde van het tweede seizoen ziet de Ulmus er ongeveer uit zoals op bovenstaande tekening. De takken ontwikkelen zich verhoudingsgewijs goed en er kan nu gewerkt worden aan de ontwikkeling van de top.


Wintersnoei tweede seizoen. De takken zijn terug gesnoeid in overeenstemming met hun plaats op de stam. De top wordt gesnoeid tot aan de eerste vertakking. Op deze manier creëer je een goede beweging. Een vaak voorkomende fout bij beginners is het feit dat men de toptak niet sterk genoeg terug snoeit en veel te lang laat. Nochtans is dit nodig, niet alleen voor het uitzicht van de boom maar ook om energie te besparen.


Derde seizoen. Omdat de toptak zo sterk werd terug gesnoeid zullen er heel wat nieuwe scheuten aan de top verschijnen. Niet noodzakelijke knoppen worden onmiddellijk verwijderd. Nu de stamlijn ontwikkeld is zal de krachtverdeling in de boom veranderen. De sterke topgroei moet nu verminderd worden omdat de takken in het bovenste deel van de boom de fijnste moeten zijn.
De topscheuten zullen maar met één of twee nieuwe bladeren mogen groeien terwijl deze in het middengebied met drie à vier bladeren mogen verlengen en deze uit het zwakke gebied met vijf à zes bladeren.
Dit proces van aanpakken zal gehandhaafd blijven voor de verdere levensduur van de boom.

De foto's














Origineel artikel © Harry Harrington



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen